Van kansarm naar kansrijk: “Bij elke jongere kijken: wat is nodig?”

In gesprek met: Henk Spies, auteur ‘De jeugd maar geen toekomst?’

Om jeugdwerkloosheid structureel aan te pakken, is het nodig op vele terreinen het verschil te maken. Henk Spies schreef het boek ‘De jeugd maar geen toekomst?’ – over manieren om jongeren meer kansen te geven op de arbeidsmarkt. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle jongeren veel kansen krijgen, nu en in de toekomst? Spies leidt bij het Buzinezz Forum *17 de denktank ‘Van kansarm naar kansrijk’. Spies: “Alles valt of staat bij een zorgvuldige diagnose.”

In het boek De jeugd maar geen toekomst? beschrijven Henk Spies, Maarten Davelaar & Suzanne Tan op confronterende wijze de leefwereld van jongeren die moeite hebben om aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. Aan de hand van verhalen van jongeren, professionals en beleidsmakers maken de auteurs zichtbaar hoe sociale in- en uitsluitingsprocessen werken. De verdeling van kansen, het leven in achterstandswijken, het sociale netwerk van jongeren die er wonen, hun zelfbeeld en competenties, de kloof tussen papier en werkelijkheid, maar ook de kansen om beleid effectiever te maken. De auteurs hebben jarenlange ervaring met onderzoek, beleidsadvies en training in het sociale domein, in binnen- en buitenland. Op het Buzinezz Forum leidt Henk Spies de denktank ‘Van kansarm naar kansrijk’.

Wat is er nodig om kansarme jongeren kansrijk te maken?
Kansen voor jongeren is maar één ding. Volgens mij moet je bij jongeren kijken naar drie factoren: hun competenties, hun sociale omgeving en de kansen die ze krijgen. Krijgen ze te weinig kansen, dan kan dat gaan over discriminatie, over een zwak netwerk of over combinaties van die factoren. Zeggen dat het alleen over competenties gaat – en dat je ze met wat trainingen en leertrajecten er wel bovenop helpt – is in veel gevallen te kort door de bocht. Ja, het kán gaan over competenties en ‘soft skills’, maar ook het eigen sociale netwerk speelt een belangrijke rol. Zitten daar mensen die je verder kunnen helpen, die je kansen gunnen?

Wat gaat er nu verkeerd bij het onderzoeken van deze factoren?
In ons sociale systeem gaat het daar vaak verkeerd. Niet alleen is er sprake van haastwerk, ook wordt er vaak normatief naar jongeren gekeken. Vooral naar hun motivatie: is iemand wel of niet gemotiveerd. Heb je geen zin om voor een ongeschoold, flexibel werk in beweging te komen, krijg je het stempel ‘ongemotiveerd’. Maar veel jongeren hebben niet het gevoel dat ze erbij horen in de maatschappij. Die zien zo’n baantje niet als eerste stap, maar als onderbetaald eindstation. Zij doen liever ‘hun eigen ding’. Dat is niet ongemotiveerd, dat is ánders gemotiveerd. Wat hebben ze nodig om daarmee verder te komen? Het gaat erom dat ze in beweging komen, bijsturen gebeurt onderweg wel.

Een andere factor is sociale uitsluiting. Dat probleem neemt toe. Het probleem is al lang niet meer alleen dat jongeren geen werk hebben. Veel jongeren zitten in armoede en zien om zich heen alleen maar mensen in dezelfde situatie. Ze hebben te maken met discriminatie, hebben het gevoel dat er met twee maten gemeten wordt en dat ze er niet bij horen. Dat vraagt om meer dan een kans. Hoe mooi is het als de jongeren door mensen in hun eigen netwerk positief worden gestimuleerd? Dat we hen helpen zo’n netwerk te krijgen van mensen die hen steunen, stimuleren en die ze aan een kans kunnen helpen.

Waarin onderscheidt een goede aanpak zich van een minder goede?
Een goede aanpak richt zich op de behoefte van de jongere. Dat betekent bij de intake veel aandacht voor een kandidaat, en zijn of haar willen en kunnen. En interventies daarop afstemmen. Moeten we kansen creëren, een jongere iets leren, samen dromen en ondernemen, of iemand bij de hand nemen? Daar bewuste keuzes in maken is heel belangrijk. Nog te vaak zijn targets leidend, niet wat het beste past. Gemeenten moeten met een openere blik naar jongeren kijken.

Mooi aan de werkwijze van de Buzinezzclub is dat deze ervan uit gaat dat een jongere heel veel in zich heeft, maar soms iets anders wil dan het sociale systeem voor ogen heeft. In plaats van ze te leren naar de baas te luisteren, gaan ze met jongeren werken aan hun droom. Natuurlijk zal de droom zich gaandeweg ontwikkelen – en vaak kiest de jongere uiteindelijk om weer naar school te gaan. Maar dat is dan omdat ze dat zelf hebben ontdekt. Verantwoordelijkheid is iets anders dan gehoorzaamheid.

Het moet allemaal efficiënter worden – kosten besparen is belangrijk. Is dat een goede beweging?
Efficiency is nu te vaak het sleutelwoord, waar dat effectiviteit zou moeten zijn. Het lijkt een open deur om te praten over maatwerk, toch lukt dat al dertig jaar niet. Als we meer zouden sturen op effectiviteit, kan die verdubbelen. Dat is echte besparing. Effectiviteit veronderstelt samen leren, een open verstandhouding tussen de partners in deze keten. Zonder vingerwijzen als het niet zo goed gaat, maar door met elkaar in gesprek te gaan. En het liefst ook zonder de jaarlijkse cyclus van inkopen en afrekenen. Werk je langer met elkaar samen, dan is er meer ruimte voor samen leren, en effectiever werken.

Op welke vraag hoop je een antwoord te vinden bij het Buzinezz Forum *17?
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat jongeren krijgen wat ze nodig hebben?

Reageren

Wilt u reageren op dit artikel? Maak dan gebruik van onderstaand formulier.

  • Naam*
  • E-mailadres*
  • Bericht*