Arbeidsmarkt 21e eeuw: “Voor jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt nieuwe plekken creëren.”

Ton Wilthagen

Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen het steeds moeilijker, verwacht Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt aan de Tilburg University. De huidige arbeidsmarkt, met haar hoge mate van flexibilisering en lage barrières om een bedrijf te starten, vraagt om veel meer zelfsturing dan de arbeidsmarkt van de vorige eeuw waarin een baan voor het leven bij één werkgever de norm was. Nu is het zaak je eigen toekomst uit te stippelen en het overzicht te houden terwijl je naast je baan een studie doet en ook een bedrijfje van de grond tilt. Hoe kunnen we jongeren op die veranderende arbeidsmarkt voorbereiden en hoe zorgen we ervoor dat ieders talent wordt benut?

Ton Wilthagen is hoogleraar Arbeidsmarkt aan de Tilburg University. Hij onderzoekt ontwikkelingen en innovatie in de arbeidsmarkt. Daarnaast zit hij in de Raad van Inspiratie Sociale Domein Gemeente Tilburg. Professor Wilthagen leidt tijdens het Buzinezz Forum 2017 de denktank ‘Arbeidsmarkt 21e eeuw: iedereen ondernemend’.

Welke ontwikkelingen in de arbeidsmarkt raken jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt?
Het werken met ‘anderssoortige contracten’ is in Nederland enorm gegroeid. Flexwerk, parttime opdrachten, ZZP’ers komen hier in Nederland heel veel voor. Dat betekent harder je best doen om nieuwe contracten of opdrachten te krijgen. Loopbaanpaden en carrières zijn onzeker. Een tweede ontwikkeling is dat werkgevers meer competenties en opleidingen eisen. Zonder papieren wordt het moeilijker om een plek op de arbeidsmarkt te veroveren. En ook wie een baan heeft, zal moeten blijven doorleren, zich doorontwikkelen. HBO wordt het nieuwe minimum. Voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt is dat een groeiend probleem. Er ontstaat een duale arbeidsmarkt. Vroeger kwam je in een stabiele organisatie waar je kon werken en je gaandeweg ontwikkelde. Nu is het werk dat deze jongeren vroeger deden, geautomatiseerd. Dus er zijn minder plekken, die vragen om meer competenties, en de organisaties zijn minder stabiel.

Is het dan wel reëel om jongeren weer te laten dromen?
Je moet wel weer beginnen bij de motivatie van jongeren. Het is niet alleen een kwestie van laten dromen. Als maatschappij moeten we ook kijken wat je waardebegrip is van werk. Wat je als maatschappij te bieden hebt. Als bij dat dromen geen posities komen waar ze in kunnen stappen, heeft dat dromen niet zoveel zin. Werk is in toenemende mate topsport. Wie niet meedoet, zit op de reservebank. Alle mensen kunnen van waarde zijn, maar huidige loonwaardebegrip is ontzettend nauw: we moeten maatschappelijk lonend werk breder opvatten. Past bij de droom van de jongere een baan die bij de hoogproductieve bedrijven beschikbaar is? Anders moet je goed kijken wat je onder werk verstaat. Jongeren kunnen veel zinvolle dingen doen – maar die heten tegenwoordig “vrijwilligerswerk”, of “werk met behoud van uitkering.”

Tussen hoogproductief werk enerzijds en een uitkering anderzijds zit nu niets. Mijn interesse zit in die tussenzone, de transitiezone: werk doen dat in de ogen van de jongere zinvol werk is, maar dat nu nog als werk wordt benoemd. Dan kun je kijken naar bijvoorbeeld technische bedrijven. Sommige bedrijven hebben een nieuw bedrijf opgericht dat zich richt op productiewerk. Bijvoorbeeld VDL Werk. Dat staat naast het grote VDL, en heeft lagere eisen aan productie. Er is meer ruimte qua moeilijkheid en tempo, maar het levert wel maatwerk. Daar zit de toekomst in: een parallelle economie als tussenschakel tussen niksdoend thuiszitten en de topbedrijven.

Wat valt u op aan sociaal ondernemerschap?
Sociale ondernemingen zijn eigenlijk gewone bedrijven, maar met een sociale doelstelling als hoofddoelstelling. Met als probleem dat ze in Nederland niet fiscaal-juridisch gefaciliteerd worden. Nederland heeft geen regelgeving voor sociale onderneming. Stelt er geen eisen aan, maar biedt ook geen voordelen. In nagenoeg alle Europese buurlanden is dat wél geregeld, hier niet. Hier heeft de SER in een advies aangegeven dat het moeilijk te definiëren was en niet naar voorbeelden uit het buitenland gekeken.

Nederland zou meer moeten leren van andere Europese Landen?
In andere landen kunnen jongeren wel instappen. Dan kun je meer doen voor die jongeren, in die transitiezone. In Nederland hadden we vroeger de Melkertbanen. Toen werd gezegd: mensen moeten kunnen doorstromen naar ander werk. Dat doorstromen lukte niet, dus de Melkertbaan werd afgeschaft. Toen waren de nuttige klussen niet meer te betalen. De ondersteunde plekken verdwenen. Heel jammer voor de maatschappij en werkgever, maar vooral triest voor mensen die eerst zo’n baan hadden. Je zou meer moeten proberen om daar een businesscase van te maken, niet alleen samen met gemeente. Want die is al bezig de sociale werkvoorziening af te bouwen. Het “beleid” heeft bedacht dat iedereen naar een reguliere plek kan, maar dat is voor veel mensen (nog) niet weggelegd. Betrek bedrijven bij die nieuwe sociale economie.

Dit klinkt niet zo best. Moet de hele arbeidsmarkt worden aangepakt?
In elk geval moet je ook jongeren sterker maken. Jongeren met MBO1- moet je naar niveau 2 naar 4 en HBO halen. Nu zijn er perverse prikkels die maken dat scholen dat niet doen, terwijl ze dat wel zouden kunnen. Want voorop staat dat de belangrijkste zekerheid zit in het kapitaal van mensen. Maar als je volstaat met dat doen, of aansluiten bij de motivatie, ben je er ook nog niet. Je moet namelijk ook kijken bij wat de economie vraagt. En daar is een heel andere benadering nodig. Er moet een stuk economie bijkomen die nu uitkeringseconomie is, daar moet een parallelle economie komen.

Op welke vraag hoopt u een antwoord te vinden bij het BuzinezzForum*17?
Hoe maak je nou een businesscase voor en met deze groep jongeren – het moet een nieuwe businesscase worden waarin de jongeren floreren.
Dat wil niet zeggen dat gemeenten nieuwe werkbedrijven moeten oprichten: het kan ook met Social Impact Bonds, of met sociale ondernemingen. Als we maar een businesscase ontwikkelen die werkt en waarin deze jongeren tot hun recht komen!

Reageren

Wilt u reageren op dit artikel? Maak dan gebruik van onderstaand formulier.

  • Naam*
  • E-mailadres*
  • Bericht*